Delegatie
Iedere delegatie bestaat uit twaalf personen. Iedere delegatielid heeft zitting in een commissie. De commissievergadering wordt voorgezeten door een commissievoorzitter, die al eerder aan het Europees Jeugdparlement deelgenomen heeft.
Iedere delegatie kiest een ambassadeur als
belangenbehartiger. Het is de taak van de ambassadeur om de delegatie voor te
stellen tijdens de openingsvergadering. De ambassadeur is tijdens de Algemene
Vergadering verantwoordelijk voor het tellen van de stemmen.
Reglement van orde voor de Algemene
Vergadering
1.De voorzitter leidt de vergadering
2.Als een afgevaardigde ‘het woord krijgt’, is het de bedoeling dat deze de
vergadering toespreekt.
3.Het is niet toegestaan het woord te voeren of
te interrumperen zonder toestemming van de voorzitter.
4.Tijdens de debatteertijd kan het woord alleen verkregen worden door het
opheffen van het landenbordje, als de voorzitter daartoe gelegenheid geeft.
5.Sprekers worden geacht alleen te spreken over de resolutie die op dat moment
aan de orde is.
6.Het is verboden de spreker te onderbreken. Alleen als de spreker niet te
verstaan is, kan men zich tijdens het debat tot de voorzitter wenden door het
opheffen van het landenbordje.
7.Een vraag kan alleen gericht worden tot de voorzitter of tot de spreker die op
dat moment het woord heeft.
8.De afgevaardigde die toestemming heeft gekregen om te interrumperen (vragen
te stellen), mag slechts één vraag stellen.
9.De voorzitter kan altijd het woord aan de spreker of vragensteller ontnemen,
indien deze daartoe aanleiding geeft.
10.Het is ten strengste verboden afgevaardigden te beledigen, vulgaire,
niet-parlementaire taal tijdens de vergadering te gebruiken.
11.Het is alleen toegestaan een amendement op een resolutie in te dienen door
middel van een amendementsformulier. De voorzitter geeft de indiener het recht
tot spreken.
12.Na het verstrijken van de debatteertijd is het mogelijk de voorzitter te
verzoeken deze te verlengen. De voorzitter kan dit verzoek echter weigeren.
13.Na de debatteertijd wordt overgegaan tot stemming.
14.Tijdens de stemming mogen de afgevaardigden geen mondeling of schriftelijk
contact met elkaar krijgen.
15.Een resolutie is aangenomen, indien deze een enkelvoudige meerderheid heeft
behaald.
16.Iedere afgevaardigde kan voor of tegen een resolutie een stem uitbrengen. Men
kan zich ook van stemming onthouden.
17.Bij stemming over een amendement kan men slechts voor of tegen stemmen.
18.De voorzitter kan, indien gewenst, een afgevaardigde gelegenheid geven tot
een stemverklaring. Een afgevaardigde kan dit recht verkrijgen door het opheffen
van het landenbordje. De voorzitter kan dit verzoek ook weigeren.