Het Model Europees Parlement

De verspreiding van de Europese gedachte is door het spelen van een jeugdparlement een schot in de roos. Sinds 1989 wordt het MEP in de provincie Noord-Brabant gespeeld door dertien scholen voor voortgezet onderwijs. Sinds 1994 worden ieder jaar dertien Vlaamse scholen uitgenodigd om te participeren in parlementaire beraadslagingen. Door deze Vlaams - Brabantse integratie krijgt de internationaliseringsgedachte binnen het voortgezet onderwijs een extra dimensie.

Historie

In de afgelopen twintig jaar hebben meer dan 4000 jongeren uit de provincie Noord-Brabant en Vlaanderen deelgenomen aan de voorbereidingsconferenties van het Model Europees Parlement te 's-Hertogenbosch. De voorbije twaalf jaar hebben tevens een groot aantal Vlaamse scholieren deelgenomen aan de beraadslagingen binnen het MEP. Door hun inzet en toewijding is dit simulatiespel uitgegroeid tot een begrip in het Brabantse land. Het niveau waarop door deze jeugdige parlementariërs geacteerd wordt, wekt alom bewondering. In 1999 vierde het MEP een dubbel lustrum met 10 jaar Noord-Brabantse samenwerking en met 5 jaar Vlaams - Brabantse samenwerking.

Doelstellingen:
Het Model Europees Parlement Noord-Brabant - Vlaanderen stelt zich ten doel:

-de jeugd de gelegenheid te geven actief deel te nemen aan de opbouw van het nieuwe Europa
-de jeugd bewust te maken ten aanzien van politieke, economische, culturele, sociale en emancipatorische ontwikkelingen met het oog op de Europese eenwording
-de jeugd te laten ontdekken wat de mogelijkheden van een Verenigd Europa in een mondiale samenleving zijn de jeugd te leren onderkennen wat de werkzaamheden en mogelijkheden van het Europees Parlement zijn
-de jeugd mee te laten denken, in wederzijds optimisme en vertrouwen, over Europese vraagstukken
-de jeugd te leren omgaan met democratische besluitvormingsprocessen
-de jeugd de mogelijkheid te geven zich als Europese burger te ontwikkelen en deze uitdagende dimensie te verspreiden

A
ls doelgroep gaan we uit van het niveau vierde klas vwo/aso.
Elke deelnemende school vertegenwoordigt een lidstaat van de Europese Unie.
Iedere school formeert een delegatie van zes leerlingen. Deze gedelegeerden worden verspreid over twaalf verschillende commissies: sociale zaken, juridische zaken, politiek, jeugd en media, milieu, landbouw, buitenlandse zaken, rechten van de mens, vervoer en verkeer, externe economische betrekkingen, economische en monetaire zaken en volksgezondheid.

Ruim voor aanvang van de zitting krijgen de leerlingen de commissiethema's aangereikt, zodat zij tijd genoeg hebben zich in het onderwerp te verdiepen.

Tijdens de conferentie wordt gedurende drie dagen per commissie gediscussieerd en gedebatteerd over het thema. De standpunten van deze commissievergaderingen worden vastgelegd in resoluties, welke worden aangeboden aan de Algemene Vergadering.

In deze conferentie van alle gedelegeerden worden gedurende twee dagen de resoluties besproken,
verdedigd en geamendeerd en tot slot plenair in stemming gebracht.

Deelnemers:
Ondanks de uitbreiding van de EU per 1 januari 2004 naar 25 lidstaten hebben we er toch voor gekozen om met dertien landen te werken. Omdat het MEP een simulatiespel is, wordt daardoor de doelstellingen van het MEP geen geweld aangedaan. Voor 2007 zijn Nederland, België en Luxemburg uitgeloot als potentiële deelnemende landen, maar hebben we Bulgarije en Roemenië als nieuwe lidstaten opgenomen.

De voorbereidingsconferentie MEP in Noord-Brabant is in zoverre bijzonder dat door de deelname van dertien Vlaamse scholen, ieder land vertegenwoordigd wordt door zes Vlaamse en zes Noordbrabantse scholieren.
Door te kiezen voor deze scholen-landen koppeling zal de samenwerking bevorderd worden en zal er sprake kunnen zijn van echte integratie.